|
Als je van baan wisselt, maar dezelfde pensioenregeling houdt, verandert je nabestaandenpensioen niet. Het wordt hooguit aangepast aan je nieuwe salaris. Wanneer je niet alleen van baan, maar ook van pensioenregeling wisselt, kan dat de nodige gevolgen hebben voor je nabestaanden.
Om die gevolgen goed uit te leggen, moeten we eerst even de techniek induiken: grofweg zijn er twee manieren waarop je nabestaandenpensioen kunt verzekeren. De eerste is dat je het nabestaandenpensioen daadwerkelijk spaart (opbouwt). In dat geval wordt er bij je pensioenfonds of verzekeraar een potje (reserve) gevormd om het nabestaandenpensioen te kunnen uitbetalen. De tweede manier is een risicoverzekering, waarvoor ieder jaar een premie wordt betaald voor het risico dat jij als deelnemer aan de pensioenregeling in dat jaar overlijdt. Er wordt geen reserve gevormd.
Zolang je deelneemt aan een pensioenregeling merk je eigenlijk geen verschil. Als je van baan en ook van pensioenregeling wisselt, merk je dat het verschil in verzekeren grotere gevolgen heeft dan je zou verwachten.
Als je in de pensioenregeling van je oude werkgever het nabestaandenpensioen bij elkaar spaarde, houd je ook na je uitdiensttreding recht op het al gespaarde nabestaandenpensioen. Als er daarentegen sprake was van een risicoverzekering, is er geen reserve en vervalt dus het nabestaandenpensioen.
De kans is groot dat je in je nieuwe baan weer een pensioenregeling mét nabestaandenpensioen zult aantreffen. Dat nabestaandenpensioen is dan afgeleid van het ouderdomspensioen dat je volgens de nieuwe pensioenregeling kunt bereiken. Als je geen nabestaandenpensioen meer hebt uit je oude baan, omdat het op risicobasis was verzekerd, kun je zo tegen een behoorlijk hiaat in je nabestaandenpensioen oplopen.
Dat klinkt allemaal ingewikkeld, maar wordt misschien duidelijker met een voorbeeld.
Voorbeeld José Veldhuis werkt bij een bedrijf met een pensioenregeling. Op haar 42e besluit José van baan te wisselen. Ze heeft dan € 6000 aan ouderdomspensioen opgebouwd en voor het nabestaandenpensioen is er een risicoverzekering. Deze vervalt op het moment van ontslag. In haar nieuwe baan gaat José € 38.000 verdienen. De pensioenregeling hanteert een franchise van € 15.000 en een jaarlijks opbouwpercentage van 1,75%. Tot haar 65ste kan José nog € 9.258 aan pensioen opbouwen en het nabestaandenpensioen in de nieuwe pensioenregeling bedraagt hier 70% van: € 6.480. Dit is het totaal aan nabestaandenpensioen, omdat er geen nabestaandenpensioen meer is uit de oude pensioenregeling.
Het nabestaandenpensioen in dit voorbeeld is erg laag. Als je dan nog bedenkt dat het nabestaandenpensioen in veel pensioenregelingen op risicobasis is verzekerd, weet je ook direct dat het dus beslist zaak is goed naar je nabestaandenpensioen te kijken als je van baan wisselt.
Misschien kun je een hiaat in je nabestaandenpensioen voorkomen door het pensioen uit je oude baan over te dragen naar je nieuwe baan. Of zo’n waardeoverdracht verstandig is, hangt echter van meer factoren af. Het is raadzaam in dat geval deskundig advies te vragen.
Nog even in het kort samengevat: wil je wisselen van baan, ga dan eerst na:
- Of je recht houdt op het nabestaandenpensioen uit je oude baan
- Of er in je nieuwe pensioenregeling voldoende nabestaandenpensioen is verzekerd
- Of het handig is de waarde van je pensioen over te dragen
Bron: pensioenkijker
|